Hoe Rusland Afrika verovert

Het voorbije jaar was Rusland opmerkelijk actief op het Afrikaanse continent. Officiële staatsbezoeken, militaire en nucleaire akkoorden, diplomatieke bemiddelingen tussen gewapende groepen: de Russische beer stak altijd wel ergens zijn kop op. Poetin krijgt steeds vastere voet aan grond in het zuiden en dat maakt heel wat westerse grootmachten zenuwachtig.

Het gros van de kinderen kijkt met een mengeling van verwondering en enthousiasme naar het uitgestalde speelgoed op de speelplaats: een fonkelnieuwe trampoline, ballen en sportkledij. Tegen de schoolmuur hangt een spandoek met de Russische en de Centraal-Afrikaanse vlag rond de woorden Paix en Amitié. De cadeaus die de Russische natie vredig en vriendschappelijk aan de jeugd van de oorlogsmoeë Centraal-Afrikaanse Republiek uitdeelt, worden plechtig overhandigd door een blanke man met een pafferig gezicht en losgetrokken das. Zijn naam is Valery Zakharov. De Russische diplomaat wordt in de staatsmedia opgehemeld als een weldoener “die het beste met de Centraal-Afrikaanse bevolking voor heeft.” Daarbij verwijzen ze graag naar zijn andere giften: de schoonheidswedstrijd Miss Bangui (Miss Rusland kwam speciaal voor de prijsuitreiking vanuit Moskou overgevlogen), de opening van radiostation Lengo Songo (‘Bouwen aan Solidariteit’), het jeugdvoetbaltornooi Cup of Hope en een teken- en poëziewedstrijd. De winnaars mogen op vakantie naar Artek, het roemruchte Sovjet-kindersportkamp aan de Zwarte Zee.

Volgens historische bronnen werden zulke vormen van soft power voor het eerst doelbewust gebruikt door de Franse koloniaal bestuurder Joseph Gallieni tijdens de pacificatie van Indochina eind negentiende eeuw. Ironisch genoeg bedienen de Russen zich van dezelfde tactiek om Frankrijk in haar ex-kolonie buiten te werken. Want de trampolines en de wedstrijden zijn natuurlijk maar een façade. Valery Zakharov is niet alleen gekomen om harten en geesten te winnen, de voormalige officier van de Russische inlichtingendienst GRU werd vorig jaar aangesteld als nationaal veiligheidsadviseur van president Faustin-Archange Touadéra. Sindsdien wordt diens persoonlijke beveiliging verzekerd door de bewakingsfirma Sewa Security Services, een franchise van de beruchte PMC Wagner Group, een privaat Russisch huurlingenleger dat de voorbije jaren opdook in Syrië, Libië, Jemen, Oekraïne en Venezuela. President Touadéra verlaat zijn paleis niet meer zonder zijn cordon van zwaarbewapende mannen van Kaukasische origine. Vorig jaar brachten onafhankelijke Russische media echter aan het licht dat de huurlingen van de Wagner Group nog een andere opdracht hebben: de bescherming van de exploitatie van de goud- en diamantmijnen in het door rebellen bezette zuidwesten van het land. Zowel Wagner Group als mijnbouwbedrijf Lobaye Invest zouden gecontroleerd worden door Yevgeni Prigozhin, omwille van zijn cateringbedrijven en zijn connecties op het hoogste niveau ook wel de ‘Chef van het Kremlin’ genoemd.

Deze modus operandi, het vermengen van private en publieke belangen, vormt de rode draad van de Russische buitenlandpolitiek. De gelijkenis met Françafrique, de neokolonialistische politiek die Frankrijk in de jaren tachtig in Afrika hanteerde, is treffend. De bedenker van de term, de Franse econoom François-Xavier Verschave, zei daarover ooit: “La Françafrique is zoals een ijsberg. Eerst is er het zichtbare gedeelte : de diplomatieke uitspraken, Frankrijk is de beste vriend van Afrika, het vaderland van de mensenrechten, enzovoort. En dan is er nog de 90 procent van de relatie die zich onder water bevindt: de verzameling van obscure mechanismen om de Franse dominantie te behouden.”

Rusland brak eind 2017 binnen in de Centraal-Afrikaanse Republiek via een legitieme en tijdelijke opheffing van het VN-wapenembargo. Het leverde wapens en stelde zich garant voor de opleiding van het regeringsleger FACA. Maar dan startte het in de Soedanese hoofdstad Khartoem plots eigen vredesgesprekken met de veertien gewapende groepen van de Centraal-Afrikaanse Republiek, parallel met de ‘officiële’ onderhandelingen van de Afrikaanse Unie. Wilde het Kremlin zich internationaal positioneren als power broker en een oplossing zoeken voor de aanslepende burgeroorlog (het tipje van de ijsberg), of wilde het met de rebellen geheime akkoorden sluiten rond de exploitatie van de goud- en diamantmijnen in hun respectieve zones (het onderwaterdeel)? Verschillende bronnen bevestigen dat de Russische onderhandelaars de militaire leiders, die internationaal geseind staan, bedragen tussen 75.000 en 150.000 euro aanboden om naar Khartoem af te zakken, een inbreuk op de internationale rechtsregels. Experts stellen bovendien vast dat de rebellen de laatste tijd aanzienlijk beter bewapend zijn dan enkele jaren geleden, vermoedelijk dankzij de Russische steun. Het is dus maar zeer de vraag of zulke démarches de vrede in het straatarme land bespoedigen.

Als Rusland zich als betrouwbare grootmacht op het Afrikaanse continent wil vestigen, dan heeft het nood aan geloofwaardigheid.

“In het Françafrique-model treedt op een bepaald moment altijd een conflict op tussen de privébelangen en de publieke belangen,” zegt Roland Marchal, onderzoeker aan het Institut d’études politiques de Paris. “Kijk naar wat China overkwam in Zambia. Het kwam er in opspraak door een smeergeldaffaire tussen Chinese bedrijven en Zambiaanse politici, een affaire die de debatten tijdens de presidentsverkiezingen beheerste en werd overgenomen door de internationale media. Gevolg: bij de lokale bevolking ontstond een aversie van China. Dat is een absoluut horrorscenario voor een land dat een multimiljardenhandel met het Afrikaanse continent onderhoudt en elke vorm van reputatieschade wil vermijden. Ook Rusland begint stilaan te begrijpen dat het zich niet om het even wat kan permitteren. Als het zich als betrouwbare grootmacht op het Afrikaanse continent wil vestigen, dan heeft het nood aan geloofwaardigheid. Vorige zomer werd het beschuldigd van de moord op drie Russische onderzoeksjournalisten die ter plekke het Wagnerdossier onderzochten en van het martelen van Centraal-Afrikanen. Daarom hanteert het de laatste tijd zo nadrukkelijk de soft power. De cadeaus, de wedstrijden, de schoonheidsverkiezingen: het dient allemaal om het Russische blazoen terug op te poetsen.”

Er is een nieuwe Russische diagonaal van de Rode Zee tot aan de Atlantische Oceaan.

Rusland toont zich ambitieus. In 2018 alleen al tekende het militaire overeenkomsten met minstens 8 Afrikaanse landen. Het investeert in mijnbouw in Zimbabwe, Angola en Botswana, drilt olie in Algerije, Nigeria, Ghana, Kameroen en Mozambique en bouwt nucleaire infrastructuur in Ethiopië, Rwanda, Egypte en Zambia. President Poetin beloofde het continent in totaal 20 miljard dollar schuld kwijt te schelden ‘in de strijd tegen de armoede’. Al die hofmakerij leidde uiteindelijk tot het allereerste Russia-Africa Social Forum eind oktober 2018 in Moskou en de belofte om in 2019 een eerste volwaardige Rusland-Afrika top te organiseren. De in Moskou gebaseerde politieke commentator Ruslan Gorevoy gewaagt zelfs van een ‘nieuwe Russische diagonaal van de Rode Zee tot aan de Atlantische Oceaan’.

Rusland wordt voorlopig ook graag gezien in Afrika. Het heeft immers een historisch voordeel op de Europese grootmachten: het is niet besmeurd met de schande van het koloniale verleden. Integendeel, in de jaren vijftig en zestig stond Rusland tijdens de dekolonisatiegolf vaak aan de zijde van de nieuwe, om onafhankelijkheid vechtende Afrikaanse staten. Tijdens de Suezcrisis in 1956 voorkwam het een Israëlisch-Brits-Franse interventie in Egypte. Nikita Chroesjtsjov, de toenmalige partijleider van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nam in 1960 in de Verenigde Naties het initiatief voor de “Verklaring Inzake het Verlenen van Onafhankelijkheid aan Koloniale Landen en Volkeren”. Hij steunde de rebelse Congolese eerste minister Patrice Lumumba en toonde zich een solide partner van Angola en Mozambique in hun onafhankelijkheidsstrijd in de jaren zeventig. De huidige Russische regering laat niet na om deze historische troefkaart uit te spelen, zo getuigt een recente reactie van de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergey Lavrov. “In het midden van de vorige eeuw heeft ons land actief bijgedragen aan de nationale onafhankelijkheid en soevereiniteit van Afrikaanse landen. Vele Afrikaanse leiders zijn zich daar nog altijd heel bewust van.”

Maar wat heeft Rusland dan in de aanbieding? De machthebbers in Moskou weten dat ze niet de financiële of economische slagkracht bezitten om te concurreren met supermachten als China of de Verenigde Staten. Afrika heeft de snelst groeiende middenklasse ter wereld, maar de Russische export heeft op vlak van consumptiegoederen weinig te bieden. China focust op grondstoffen, investeringen, infrastructuur en handel. Rusland moet het stellen met zijn knowhow op vlak van energie, civiele nucleaire toepassingen en wapensystemen. De handel tussen Rusland en het Afrikaanse continent vervijfvoudigde tussen 2005 en 2018 misschien wel van 3,5 naar 17,4 miljard dollar, het is nog steeds een schijntje in vergelijking met de 37 miljard van de Verenigde Staten of de 170 miljard dollar van China. Rusland diende dus een ander businessmodel te hanteren. Volgens Rita Bassist, Directeur van de Africa Desk van de Israel Public Broadcasting Company, past Moskou de “spoiler-strategie” toe.

Poetin is een meester in het uitbuiten van crisissituaties

“Poetin is een meester in het uitbuiten van crisissituaties,” zegt ze. “Kijk naar zijn tussenkomst in Syrië, of nu in Venezuela. Telkens wanneer de internationale gemeenschap zijn pijlen op een regime richt, komt Rusland als beschermengel tevoorschijn. Ook in Afrika gaat het actief op zoek naar een vacuüm, zoals de Centraal-Afrikaanse Republiek. In Soedan profiteren ze van het feit dat president Omar al-Bashir gezocht wordt door het Internationaal Strafhof en persona non grata is in het westen. Het is voor beiden een win-winsituatie.”

Al-Bashir heeft er een machtige vriend bij: Rusland blokkeert elk VN-initiatief om blauwhelmen naar Darfoer te sturen en het stort miljoenen dollars in de noodlijdende Soedanese economie. Rusland krijgt op zijn beurt dan weer toegang tot de Soedanese goudmijnen en olievelden en vooral, tot de strategisch belangrijke Rode Zee.

Maar er spelen ook andere, persoonlijke motieven mee, zegt Marchal. “Zo heeft Rusland nog een rekening openstaan met Frankrijk. Voor de Arabische Lente had het meer dan 15 miljard dollar aan investeringen in de Libische energiesector. Toen de burgeroorlog in Libië begon legde Rusland in de VN-Veiligheidsraad een resolutie voor om een humanitaire actie op te zetten. Maar Frankrijk en Groot-Brittannië wisten de humanitaire resolutie in een militaire om te zetten en een regimewissel door te duwen. Die actie heeft Rusland niet alleen enorme financiële verliezen opgeleverd, een eergevoelige leider als Poetin voelde zich koud gepakt en zon op wraak. Reken dus maar dat hij zich met plezier in de westerse invloedzones mengt.”

Pad in de korf

Maar waarom nu? In de Algemene beleidsnota Buitenlandse Zaken aan het begin van Poetins ambtstermijn in 2012 wordt in slechts één van de 104 programmapunten vaagweg gepraat over ‘een verbetering van de interactie met de Afrikaanse staten’. Sinds de toetreding van Zuid-Afrika tot de BRIC-landen (vereniging van economische groeilanden Brazilië, Rusland, Indië en China) in 2011 kwam het Afrikaanse continent wel terug op de Russische radar, maar tot een echte toenadering kwam het niet. Volgens Vladimir Shubin, de onderdirecteur van het Instituut voor Afrikaanse Studies in Moskou, is er in het begin van Poetins bewind zelfs nooit sprake geweest van een Afrika-strategie. Het zijn de geopolitieke omstandigheden die Poetin na de annexatie van de Krim in februari 2014 zuidwaarts hebben gedreven. Na de agressieve verovering van het Oekraïense schiereiland legde de internationale gemeenschap, de Verenigde Staten en de Europese Unie voorop, Rusland zware economische sancties op: bedrijven kregen geen toegang meer tot de internationale kapitaalmarkten, de import en export van bepaalde goederen werd bevroren en de financiering van energieprojecten bemoeilijkt. De Hongaarse premier Viktor Orbán verklaarde toen dat Europa zich met die sancties in de voet schoot. Het zijn profetische woorden, want de maatregelen dwongen Russische politici en oligarchen op zoek te gaan naar alternatieve markten en geldkanalen. Die vond het in de eerste plaats in de Golfstaten. De graanuitvoer naar het Midden-Oosten steeg, de import van fruit en groenten ook. Een diplomatiek offensief engageerde de leiders in de Perzische Golf tot een reeks van lucratieve energiedeals. Van daaruit trok het Russische offensief verder het Afrikaanse binnenland in.

Roland Marchal maakt de vergelijking met China, na de gebeurtenissen op het Tiananmenplein in 1989. Nadat het regime er een studentenprotest hardhandig de kop had ingedrukt, met honderden doden tot gevolg, raakte het internationaal geïsoleerd. Kort daarna begonnen de Chinese diplomaten uit te zwermen over Afrika, wat hen op korte termijn steun opleverde in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de economische sancties afzwakte. “Hetzelfde zag je gebeuren na de annexatie van de Krim. Heel wat Afrikaanse landen stemden tégen de sancties.”

“De buitenlandpolitiek onder Poetin volgt een cirkelpatroon,” zegt Rita Bassin. “In het Midden-Oosten bewees hij dat Rusland niet alleen militair aanwezig kan zijn in verder afgelegen landen, hij kon er de onderhandelingen naar zijn hand zetten én het westen een flinke pad in de korf zetten. Dankzij de Russische steun durfde Assad het bijvoorbeeld aan om de fameuze rode lijnen omtrent het gebruik van chemische wapens van Obama telkens weer te overschrijden. Reken maar dat dat staaltje blufpoker in Afrika niet onopgemerkt voorbij gegaan is.” 

Wie zich wil manifesteren op het internationale toneel heeft nu eenmaal bondgenoten nodig en het Afrikaanse continent telt 54 stemmen.

Eén van de punten van kritiek is precies dat Rusland enkel in Afrika aanwezig is om stemmen te ronselen en haar invloed in de VN te vergroten. “Ja natuurlijk,” zegt Marchal. “Maar dat doet elke grootmacht toch? Zelfs België, dat nu in de VN-Veiligheidsraad zetelt, heeft over zijn positie onderhandeld. Wie zich wil manifesteren op het internationale toneel heeft nu eenmaal bondgenoten nodig en het Afrikaanse continent telt 54 stemmen.”

Les coeurs et les esprits

Sommige waarnemers gewagen van een nieuwe Koude Oorlog, maar dat lijkt voorlopig een brug te ver. Tijdens de Koude Oorlog stonden twee ideologische blokken tegenover elkaar, vandaag eisen meerdere grootmachten hun stuk van de taart op. Vooral China heeft zich de voorbije twintig jaar nadrukkelijk in Afrika geprofileerd: het koopt havens op, rijft vis- of mijnlicenties binnen en stampt er aan de lopende band steden, wegen en voetbalstadia uit de grond. In 2017 opende het een militaire basis in Djibouti, de eerste op niet-Chinees grondgebied. De nieuwe Scramble for Africa toont zich nog misschien het duidelijkst in deze islamitische republiek, een voorschoot groot, in de Hoorn van Afrika. Het is de toegangspoort tot de Indische Oceaan en de Rode Zee, langs één van de drukste zeevaartroutes ter wereld. De Fransen hebben er een militaire basis, de Amerikanen hebben er hun enige basis in Afrika, de Japanners hun enige overzee.

“Landen als Ethiopië, Eritrea, Soedan en Djibouti zijn omwille van hun strategische ligging aan de oostkust altijd al erg begeerd geweest door de grootmachten,” zegt Marchal. “De lokale regeringen spelen het spel dan ook hard. Ze laten zich in feite verhuren: wie de juiste argumenten op tafel legt, kan voor een bepaalde duur op steun rekenen.”

Ook Rusland zocht er bouwgrond, maar kreeg nul op het rekest van Djibouti zelf. De regering wilde naar eigen zeggen vermijden dat de grootmachten een zogenaamde proxy-oorlog op haar grondgebied zouden uitvechten. Het zegt iets over de geopolitieke spanningen in het gebied. De Russen onderhandelen nu met de buren, de regering van de Republiek Somaliland, het onafhankelijke noordelijke deel van Somalië dat al bijna dertig jaar vecht om internationale erkenning. In ruil voor een marinebasis wil Rusland hen daarbij een handje helpen. In Washington gaan de alarmbellen af. Een eerste logistieke basis op de Afrikaanse kust zou de komst van Rusland pas echt consolideren.

Zelfs president Trump, die begin januari 2018 Afrikaanse landen nog shithole countries noemde en het woord ‘Afrika’ pas voor het eerst augustus laatstleden in een tweet gebruikte, schijnt te beseffen dat er een nieuw zuidelijk front is opgetrokken. Vorige maand kondigde zijn veiligheidsadviseur John Bolton vanuit het niets een Afrikastrategie aan, gebaseerd op de principes van America First. Bolton gaf toe dat het plan er kwam onder druk van Rusland en China en noemde hen onomwonden ‘roofdieren’ die wapens en energie verkochten in ruil voor grondstoffen en Afrikaanse stemmen in de Verenigde Naties.

Frankrijk kijkt handenwringend toe hoe de Russische fanfare door haar voormalige kolonies trekt.

Ook Frankrijk kijkt handenwringend toe hoe de Russische fanfare door haar voormalige kolonies trekt. Algerije, Burkina Faso, Ivoorkust, Kameroen of Niger: allen tekenden ze vorig jaar een militaire of economische samenwerking. Bovendien steunt Rusland de kritiek op het gebruik van de CFA-Franc. Deze munteenheid is standaard in twaalf voormalige Franse koloniën, is gekoppeld aan de euro en belemmert volgens heel wat internationale economen de lokale, economische ontwikkeling. President Macron bewees dat de geest van Françafrique nog steeds door het Elysée waart, want hij liet verstaan dat de CFA wél een goede zaak is. Alleen de naam (CFA staat voor Colonies françaises d’Afrique) is misschien voor herziening vatbaar.

Toch is het alle hens aan dek. Leden van de regering Macron, en ook Macron zelf, repten zich de voorbije maanden naar Afrika om de ‘onaanvaardbare inmenging’ van de Russen aan de kaak te stellen en middels beloften voor nieuwe hulppakketten ‘de historische partnerschappen te herstellen’.

In Bangui intussen probeert men opnieuw les coeurs et les esprits van de bevolking te heroveren. Tal van straathoeken tonen de metershoge nieuwjaarsaffiches met een Franse en een Centraal-Afrikaanse vlag, broederlijk naast elkaar. Daartussen staat de Eifeltoren en de tekst Ensemble pour 2019. Maar zoals bij alle goede voornemens is ook hier de vraag hoe ver ze zullen dragen.

Plaats een reactie