Begin februari vernielden Libische salafisten een eeuwenoud soefi-schrijn in Sirte, de geboorteplaats van voormalig dictator Muammar Kadaffi. Het incident vestigt de aandacht op een onbesproken maar steeds machtigere speler in het complexe Libische conflict: de Madkhali.

Eerst even het geheugen opfrissen. Na de start van de zogenaamde Arabische Lente in 2011 en de dood van Kadaffi raakte Libië verstrikt in een spiraal van geweld. Gewapende milities uit verschillende delen van het land claimden de macht op basis van economische, militaire of religieuze belangen. De eerste democratische verkiezingen in 2012 diepten de tegenstellingen nog verder uit en deelden het land gaandeweg op in een westelijk en een oostelijk blok. Het westen kwam sinds december 2015 onder leiding te staan van de Government of National Accord (GNA), een door de VN gesteunde regering in Tripoli, in het oosten trok Khalifa Haftar, een oud-legerofficier onder Kadaffi, op autocratische wijze de macht naar zich toe. De zelfverklaarde veldmaarschalk weet zich militair en financieel gesteund door Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten maar ook Frankrijk en heeft met zijn LNA (Libyan National Army) zowat driekwart van het Libische grondgebied veroverd, met uitzondering van de zone rond twee sleutelsteden aan de Middellandse Zee: Tripoli en Misrata.
Madkhali is een weinig gekende salafistische beweging die zich steeds opzichtiger manifesteert in het Libische wespennest.
Begin januari veroverde de LNA middels een succesvol offensief de controle over Sirte. Dat is niet alleen de geboortestad van voormalig dictator Muammar al-Kadaffi en traditioneel broeinest van jihadistische elementen, het ligt ook strategisch belangrijk op 270 kilometer ten oosten van de thuisbasis van de belangrijkste en sterke milities van het land, die van Misrata. De val van Sirte was grotendeels toe te schrijven aan de draai van Brigade 604, een belangrijke lokale militie met wortels in de Ferjan-stam, waartoe bijvoorbeeld ook Khalifa Haftar behoort. Brigade 604 stond jarenlang aan de zijde van de GNA, vooral in de succesvolle strijd tegen Islamitische Staat in 2016, maar liep tijdens het offensief begin januari 2020 plots over naar de LNA met de sleutels van de stad op zak. Het gevecht duurde nauwelijks enkele uren. Opvallend is dat deze brigade grotendeels bestaat uit Madkhali, een weinig gekende salafistische beweging die zich steeds opzichtiger manifesteert in het Libische wespennest.
De Madkhali-beweging is een ultraconservatieve moslimdoctrine uit Saoedi-Arabië, vernoemd naar de 89-jarige theoloog Rabee al-Madkhali. Diens bereik piekte voor het eerst tijdens de Eerste Golfoorlog begin jaren negentig. De populaire Moslimbroeders kantten zich toen hevig tegen de alliantie tussen het heersende Huis van Saoed en de Verenigde Staten tijdens de oorlog tegen Saddam Hoessein en de Iraakse moslimbevolking. Om de stijgende protesten van de islamisten te counteren zette de Saoedische koning Fahd stevig in op de religieuze counterbeweging van een theoloog die opriep tot strenge devotie en onderdanigheid aan de heersende macht. Madkhali zijn in de leer niet politiek actief, omdat zij vinden dat leiding geven aan de mensheid de taak van God is. Het basisprincipe heet khurooj ‘an al-hakim, ofwel de stelling dat een moslim het zelfs onder tiranniek bewind niet is toegestaan om een moslimleider af te zetten. Zo’n religieuze leidraad is dan ook zeer aantrekkelijk voor autoritaire leiders.
Begin jaren 2000 nam Kadaffi de Saoedische strategie over om de toestroom en groeiende invloed van de jihadi uit Afghanistan en Soedan in de LIFG (Libyan Islamic Fighting Group) in eigen land het hoofd te bieden. Al-Saadi Kadaffi, zoon van, was zodanig prominent aanwezig dat de groep de bijnaam Jama’at Saadi kreeg, ‘Saadi’s volgers’. Volgens bepaalde bronnen zou het ledenaantal in die periode zijn gestegen tot 50 à 100.000, verspreid over de grote steden Tripoli, Misrata en Benghazi. Bij het uitbreken van de revolutie in 2011 riepen sleutelfiguren binnen de Madkhali-beweging dan ook op tot kalmte en loyaliteit aan het regime.
Madkhali spreken zich uit tégen democratie en gelijkheid van man en vrouw, maar zijn allesbehalve te vergelijken met Al-Qaeda of IS.
Eens Kadaffi van de macht verdreven en (in Sirte) gedood door de machtige en goedbewapende milities uit Misrata was de beweging nog te marginaal om echt een rol van betekenis te spelen, maar ze hield de opmars van de andere milities goed in de gaten en kopieerde de gebruikelijke route naar de macht: het veiligheidsapparaat penetreren en binnen die context militanten overtuigen van hun wereldbeeld. Hoe zit dat wereldbeeld er precies uit? Madkhali spreken zich uit tégen democratie, liberale vrijheden, gelijkheid van man en vrouw en een pluralistische religieuze, politieke en culturele maatschappij, maar zijn allesbehalve te vergelijken met de jihadi van Al-Qaeda of IS. Het salafisme telt drie belangrijke substromingen: de puristische, de politieke en de jihadistische. Elk van deze stromingen kunnen lijnrecht tegenover de andere staan. De Libische Madkhali behoren theoretisch tot de eerste stroming en zijn vooral betrokken bij politionele taken. Ze functioneren als zelfbenoemde zedenpatrouilles en runnen gevangenissen met daarin ‘revalidatiecentra’ waar ze de salafistische doctrine inzetten om inbreuken variërend van drugsgebruik tot gewelddadig jihadisme te ‘corrigeren’. Van de RADA Deterrence Force bijvoorbeeld, een machtige militie in hoofdstad Tripoli, is geweten dat ze zo’n gevangenis in de internationale luchthaven runt. In de oostelijke steden Benghazi en Tobruk namen ze door de jaren heen de controle over moskeeën over en richtten ze eigen salafischolen en -media op. Eind januari riep de nieuw aangestelde Madkhali-imam uit het oosten tijdens het vrijdaggebed in het pas overwonnen Sirte expliciet op tot het opnemen van de wapens tegen de ‘goddeloze Moslimbroeders’ van de GNA.
Het mag niet verbazen dat de Madkhali zich nestelen onder de vleugels van de autoritaire Khalifa Haftar. De GNA is een natuurlijke vijand en wordt militair gesteund door Turkije, een door islamisten en Moslimbroeders geregeerde grootmacht. Net als in de jaren negentig gebruikt Saoedi-Arabië Khalifa Haftar en de Madkhali om de Moslimbroeders in Noord-Afrika een halt toe te roepen.

Al is er een duidelijk verschil met de grassrootsreligie. Terwijl de doctrine gehoorzaamheid aan een zittende heerser en politieke afzijdigheid benadrukt, zijn de Madkhali in Libië allesbehalve apolitiek. Ze mengen zich volop in de militaire en tribale conflicten. In het vacuum dat ontstond in de nadagen van de revolutie was er al sprake van het vernielen van soefi-schrijnen, maar in de jaren nadien leek de groep een minder agressieve koers te varen. Op 5 februari 2020 kwam daar weer verandering in, toen leden van Brigade 604 Zwait Bin Issa vernielden, een eeuwenoud soefi-schrijn in Sirte, gevolgd door de arrestatie van een groot aantal Soefi. Dat de Madkhali zich nu opnieuw op zo’n gewelddadige manier laten opmerken is verontrustend, zegt Frederic Wehrey van het Carnegie Endowment For International Peace. “Het lijkt erop dat de invloed van de Madkhali alleen nog maar zal groeien. De penetratie van zwakke staatsinstellingen, de militaire betrokkenheid bij tribale strubbelingen en, vooral, de gretigheid waarmee ook zij nu geweld hanteren om de salafi-normen op te leggen, zijn grote redenen tot bezorgdheid.”