
Dawn en Dignity hebben het zo druk met elkaar te bevechten dat ze de groei van Islamitische Staat niet opmerken. Jihadistische Libiërs doen in Syrië oorlogservaring op, keren terug naar hun thuisland en bouwen een mini-kalifaat uit in Sirte, met 3000 strijders. Voor de broers is het een schok. De extremisten van IS hebben ook onder moslims een slechte reputatie. Dat ze hun blinde terreur nu hier loslaten, vaak onder het commando van Irakezen of Tunesiërs, is voor de vaderlandslievende Libiërs een brug te ver. ‘Ze zijn gestoord,’ schrijft Ali via messenger. ‘Die gasten hebben niets met islam te maken.’
De voet van de chauffeur stond nog op het gaspedaal. Verderop lag zijn geslachtsorgaan.
De komst van IS bemoeilijkt de complexe strijd nog meer. Het gevolg is een aanslepende chaos met honderden doden en duizenden gewonden. De verliezen zijn een gevolg van vintage IS-aanslagen: zelfmoordcommando’s in met explosieven volgestouwde wagens. ‘We kenden die dingen alleen vanuit Syrië of Irak. Plots gebeurde het rondom ons.’
Het wordt Ali bijna fataal. Begin juni 2016 brengt hij Mohammed een bezoekje aan de frontlinie. Mohammed is intussen een geharde oorlogsveteraan en gepromoveerd tot field commander, Ali werkt als veiligheidsofficier op het kantoor van de eerste minister in Tripoli. Ze drinken samen thee in de windstille schaduw naast de wagen en praten over thuis, oorlog, vrienden. ‘Ik vertrok dezelfde dag terug naar Tripoli,’ zegt Ali. ‘Toen ik de asfaltweg opreed kwam er een wagen aan hoge snelheid voorbij. Ik keek om en zag hoe die zich door een veiligheidsperimeter boorde en vervolgens ontplofte. Het motorblok vloog zo de lucht in.’
Later gingen ze kijken naar het wrak. ‘De voet van de chauffeur stond nog op het gaspedaal. Iets verder lag zijn geslachtsorgaan.’
De Misrata-troepen boeken dan wel winst, het zijn de IS-snipers die de opmars vertragen. Verscholen op de bovenste verdieping van een hotel, of verstopt in zelfgegraven mangaten in parken, doen ze Mohammed denken aan de Kadaffi-snipers die hem vijf jaar eerder onder vuur namen. Maar waren het toen slechtbetaalde beroepssoldaten, dan stond hij nu tegenover een angstaanjagende tegenstander. ‘Eén jihadi houdt tien van onze soldaten dagen bezig. Als we ze dan kunnen pakken, dan plegen ze zelfmoord.’

‘Is het moeilijk om goed van fout te onderscheiden in de oorlog?’ vraag ik.
Mohammed denkt lang na. ‘Doden is nooit goed, maar soms noodzakelijk. Ik geloof dat als je iets fout doet, je de rekening later gepresenteerd krijgt.’
De rekening volgt niet veel later, op 10 augustus 2016. Na een luchtbombardement van Amerikaanse Harrier-jets stuurt Mohammed zijn eenheid de straten van Sirte in. Tegen het middaguur bereiken ze de Ouagadougou-hallen, de majestueuze conferentiehallen van Kadaffi zaliger. ‘Iemand van mijn squad volgde mijn orders niet op. Hij moest een granaat door de kleine poort gooien, maar hij opende de grote poort en stelde mij in de vuurlijn van de vijand.’
Zes kogels doorboren zijn buik, kuit en knie. ‘Ik probeerde weg te lopen, maar gleed uit over mijn eigen bloed. Niemand kon me evacueren want het gevecht was nog aan de gang.’
Een half uur later kunnen ze hem naar een veldhospitaal brengen. De dokters doen er vier uur over om zijn gescheurde slagader te dichten. Mohammed’s hart stopt twee keer met kloppen, eerst in het veldhospitaal, dan in het hospitaal in Misrata. ‘Ik herinner me alleen een droom. Mijn beste vriend, die twee maanden eerder was gesneuveld, zit naast mij in het gras. We praten, spelen muziek en drinken thee. Het was zo vredig.’
Na een week brengt een regeringsvliegtuig Mohammed naar Turkije voor verdere verzorging. Hij ondergaat 21 operaties en brengt vier maanden door in het ziekenhuis in Istanboel. Ali slaapt al die tijd in een bed naast het zijne. ‘Het was vreselijk om mijn kleine broertje daar te zien liggen. Ik wilde terug om wraak te nemen, maar toen Mohammed aan de beterhand was, stopte de oorlog.’

De plotse militaire pauze in 2017 bezorgt de broers ademruimte. Ze zetten een import-exportbedrijfje van levensmiddelen op in Istanboel, maar zonder diploma of ervaring is de zakenwereld een verraderlijke plaats. Na het failliet warmen de broers oude connecties op. Mohammed Ali Abdallah, de Amerikaanse zakenman die zich in 2012 verkiesbaar stelde en nu voor de Dawn-regering werkt, helpt hen bij de opzet van een logistiek bedrijf. De broers regelen nu vliegtuigtickets en hotels voor politici in Libië. De zaken draaien, maar de relatie tussen de broers komt onder druk te staan. ‘Ali ging om met mahrum, slechte mensen. Hij begon achter mijn rug steeds meer drugs te nemen. Al het geld dat we verdienden, verdween.’ Op een dag vat de Turkse politie Ali met een grote hoeveelheid drugs op zak. Mohammed betaalt de borgsom en stuurt zijn oudere broer terug naar husi. ‘Ik was razend. Hij loog zoveel dat ik hem niet meer wilde zien. Nu denk ik: was hij maar in Istanboel gebleven, dan kon ik hem tenminste beschermen.’
Ali komt thuis in vieze papieren terecht. In december 2018 vermoordt een vriend diens schoonbroer, verbergt het lichaam in de koffer van zijn wagen en verzoekt Ali om hulp. ‘Ik raadde hem aan om zich aan te geven. Ik bracht hem zelfs naar het politiestation.’ De zaak krijgt een akelige wending wanneer de man de moord in de schoenen van Ali schuift. Omwille van tribale redenen schaart de familie van de dode zich achter het verhaal. Op een proces met advocaten en onafhankelijke rechters wordt Ali vrijgesproken voor moord, maar wegens medeplichtigheid tot veertien maanden gevangenis veroordeeld. ‘Hij is een slachtoffer,’ zegt Mohammed. ‘Maar het proces bewijst tegelijk dat ons land stap voor stap heropbouwt.’

Stap voor stap, maar de weg is lang. Mohammed is op de dool sinds zijn revalidatie. Hij zweeft tussen verschillende werelden door. Hij voelt zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap die zich verontwaardigt over de oorlog in Syrië maar Libië lijkt te vergeten. The Black Skulls lijken een afgelopen verhaal. Ali is opgesloten, Joker is electricien, al-Maffia vecht bij een militie in Tripoli. Ze konden even proeven van het muzikantenbestaan, de rock’n’roll der vrijheid, maar dat is intussen weer een verre herinnering. Net als de hoop dat het binnenkort goed komt met Libië. Mohammed blijft intussen in Istanboel, dromend van een leven in Europa. ‘Ik ben deze kloteboel zo beu,’ stuurt hij. ‘Kan jij me aan een Belgisch visum helpen?’
In 2019 keert hij terug naar Libië en schrijft zich ondanks zijn handicap in als militair in Tripoli. Hij geniet ervan om weer met vier strijdmakkers op een dunne matras in een barak te slapen, te ontwaken met een ontbijt van geplette dadels en olijfolie en de adrenaline van het slagveld te voelen. Maar na amper twee weken loopt het bijna fout af. ‘Ik liep in een hinderlaag, maar kon miraculeus ontsnappen.’ Het voorval dwingt hem tot een radicaal besluit. ‘Mijn lichaam laat het niet meer toe. Het is wat het is: ik zal nooit meer vechten.’
*
Begin februari 2020 ontmoet ik Mohammed opnieuw in Misrata. Hij probeert zijn leven een nieuwe richting te geven met de oprichting van Libia Reality Media, een online mediaproject dat de aanslepende oorlog van duiding voorziet. Haftar heeft 70 procent van Libië veroverd, met uitzondering van de regio rond Misrata en Tripoli. Het verzet is fel. Een einde is nog lang niet in zicht.
We drinken koffie met zicht op de gevangenis. Ali’s advocaten dienden een verzoek tot vrijlating in bij de nieuwe administratie. Het zou een week duren, dat was een maand geleden. ‘Vroeger hadden wij deze stad in handen,’ zucht hij, doelend op de postrevolutionaire periode. ‘Intussen is er zoveel veranderd.’
Na uren wachten loopt het telefoontje eindelijk binnen. Het verzoek is afgewezen. We betalen de koffie en stappen terug naar de wagen. Grimassend trekt Mohammed zijn gehavende been naar binnen. Hij schuift een tape in de cassetteradio: een traditionele Arabische groep.